Paul van Dongen

Op grens van tijdgeest

NRC Handelsblad (Hans den Hartog Jager)

Kan een kunstenaar ontsnappen aan de tijd? Aan de tijdgeest?
De vraag stellen is hem beantwoorden, op het eerste gezicht, want de tijdgeest is overal, zeker in de beeldende kunst. Maar er zit ook een serieus gevaar aan zo'n ontsnapping: mocht het je lukken, dan is er niemand meer die je werk een blik waardig keurt. Dan verhoudt het zich niet meer tot het leven. Als kunstenaar lijk je dus hoogstens de grenzen van de tijdgeest op te zoeken.
Vermoedelijk is dit probleem een van de belangrijkste redenen waarom het werk van de Tilburgse kunstenaar Paul van Dongen maar langzaam doordringt tot een groter publiek. Van Dongen(1958) maakt al jaren aquarellen en etsen die zich nauwelijks tot enige mode of stroming verhouden. Dat zie je vooral goed aan zijn etsen: grote vellen waren dat tot voor kort, waarop hij meestal zich zelf afbeeldde, naakt en zwevend in het luchtledige. Aan die etsen viel vooral hun grote, bijna ambachtelijke precisie op; elk lijntje klopte, elk krasje was correct, terwijl de onderwerpkeuze toch nimmer de indruk gaf dat hij Hendrick Goltzius naar de kroon wilde steken. Als toeschouwer hield je het gevoel dat Van Dongen letterlijk zweefde: ergens tussen ambacht en tijdgeest, tussen zijn eigen ideeën en de kunstgeschiedenis.
Met die voorgeschiedenis in het achterhoofd is de tentoonstelling die Van Dongen nu bij galerie De Praktijk heeft ingericht des te opvallender. Van Dongen lijkt in zijn zoektocht een radicale keuze te hebben gemaakt: hij heeft zich volledig gestort op de christelijke iconografie. Aan de Praktijk-muren hangen gekruisigde Christussen, doornenkronen en 'doornenkruizen', soms als veelkleurige aquarellen, soms in die prachtige subtiele etstechniek die Van Dongen als geen ander beheerst.
Op het eerste gezicht plaatst Van Dongen zichzelf er volledige mee buiten de tijd- zelfs de meeste gelovige christenen gebruiken de doornenkroon en het bloed van Christus hoogstens nog in overdrachtelijke zin. Maar juist die letterlijkheid maakt het werk intrigerend. Van Dongen lijkt op zoek naar de manier waarop je symbolen die sinds de negentiende eeuw hun kracht hebben verloren opnieuw kunt gebruiken. Daarmee kiest hij niet de makkelijkste weg; de gekruisigde Christus, de bloedende Christus, ze staan zo ver buiten het hedendaagse discour dat je als toeschouwer even moet slikken.
Dat je toch naar aanknopingspunten gaat zoeken komt vooral door Van Dongens stijl, een subtiele mix tussen oude technieken en nieuwe beeldtaal. Vooral de geëtste doornenkronen zijn in dat opzicht mooi: door Van Dongens precieze, bijna realistische stijl, doen ze zowaar denken aan veel moderne geënsceneerde fotografie, die ook zo houdt van het uitlichten van veelbetekenende voorwerpen. Dat Van Dongen met naald en etsplaat hetzelfde effect weet te bereiken zegt veel over zijn vermogen de grenzen van de tijd op te zoeken. Hoe ongemakkelijk dat soms lijkt.