Paul van Dongen

Dit is Mijn Lichaam

Lezing Nicolaas Academie (Robert Lemm)

17 JANUARI 2015

Wie aan christelijke schilderkunst denkt, denkt aan de Middeleeuwen, de Renaissance en de Barok, de eeuwen waarin de machtige Kerk schilders opdrachten gaf om Bijbelse onderwerpen en levens van heiligen uit te beelden. De moderne liefhebbers bewonderen die oude werken veeleer om het artistieke van de vorm dan om het godsdienstige van de inhoud, ook al zijn die twee zaken moeilijk van elkaar te scheiden. Vroeger hoefde een kunstenaar die een religieus tafereel weergaf niet noodzakelijk een gelovige te zijn; hij vervulde zijn opdracht, en kreeg ervoor betaald. Neemt men bijvoorbeeld een schilderij als “Johannes de Doper” van Caravaggio, dan zien we een verheerlijkt dartel jongenslichaam. Zonder de titel zouden we hierin niet zomaar de heraut van de Mensenzoon herkend hebben. En zo zijn er meer gevallen. De vroegere kunstenaars leefden, kortom, in een christelijk klimaat; en waar het de katholieke kerk betreft, was praktisch elke vormgeving geoorloofd.

Hoe anders is het voor kunstenaars van tegenwoordig die bewust christelijk willen zijn in een seculier klimaat. Wie nu godsdienstige beelden gebruikt, wie nu het Woord willen verstaan dat vlees is geworden, worden niet meer door de, zwakke, Kerk omarmd. De waardering komt veeleer van profane kunstkenners, van wie niet noodzakelijk gelovigen zijn, laat staan kerkgangers.

Paul van Dongen is geen bekeerling, maar teruggekeerd naar de Kerk. Religieuze motieven speelden in zijn katholieke opvoeding altijd een rol. Vooral naakten beeldt hij als kunstenaar uit, zoals de naakte Christus. Bij een tentoonstelling over de “Kruisiging” viel hem de, onverwachte, belangstelling van de toeschouwers op. Religie in de kunst kan in onze postmoderne tijd fascineren. Omdat men het nu als een persoonlijke uiting ziet. Paul van Dongen daarentegen, is – om met de schrijver Willem Jan Otten te spreken – “genadeloos objectief”.

Het Panorama “Golgotha”, dat uit zeven taferelen bestaat van in totaal vier en een halve meter, geeft een gedetailleerde voorstelling van wat zich tijdens de kruisdood van Jezus en de twee moordenaars heeft afgespeeld, en mogelijk heeft afgespeeld. De eerste tekening toont de drie gekruisigden en de omstanders. Daarbij komt een vooraanduiding van de opstanding der doden door het openbreken van de graven. Ergens loopt Veronica met haar doek waarop de afdruk van het gelaat van Christus. In een olijfboom kronkelt de satan in de gedaante van een slang. Ook farizeeërs zijn bij de kruisiging tegenwoordig. Op een volgende tekening verschijnen soldaten te paard en vrouwen onder een betrokken lucht. Wat zou er allemaal rond het gebeuren op de schedelplaats te zien zijn geweest, hoe mogen we ons de oploop van mensen en dieren voorstellen, en daarbij ook nog de begroeiing van die plaats? We zien Romeinse soldaten, drie kerels die dobbelen om het kleed van de Mensenzoon, Longinus met de rietstok om de goddelijke zijde te doorstoten, joodse ordebewakers, herders, Bedoeïenen, Grieken, een blinde, joelende toeschouwers, paarden, kamelen, ezels, schapen… We zien de door twee hofdames begeleide echtgenote van Pilatus die over de veroordeelde Rechtvaardige had gedroomd, we zien rouwende vrouwen. Een mausoleum verheft zich buiten de stadsmuren, de gewassen op de velden zijn klaar voor de ploeg, er staan palmbomen en hier en daar ligt een verdroogde palmtak op de grond die herinnert aan de blijde binnenkomst van de Zoon van David nog maar een week geleden. In de verte torent trapsgewijs de tempel van Jeruzalem, op de voorgrond is de roos van Jericho die ooit in de woestijn bloeide toen de ouders met het kind Jezus naar Egypte vluchtten. Romeinse soldaten beschrijven het bordje dat op het kruis wordt gespijkerd met “Koning der Joden”. Ergens wordt naar de wonderbare broodvermenigvuldiging verwezen…. En dan zijn er natuurlijk de centrale figuren: Maria als moeder van Jezus en als de vrouwe uit Genesis die de slang vertrapt, Maria Magdalena, de apostel Johannes, Jozef van Arimatea, Nicodemus, de Romeinse honderdman Cornelius en ook nog Simon van Cyrene met zijn twee zoons – die na het helpen dragen van het kruis niet zijn weggelopen, maar zijn blijven kijken naar de afloop… En dat alles minutieus, waarheidsgetrouw in beeld gebracht. Als op een middeleeuws tableau waarin verschillende plaatsen en tijden samenkomen in een eeuwig heden.

Men stelle zich het Panorama voor op de binnenkant van een ronde lampenkap waaronder men zich kan oprichten om alle scènes in ogenschouw te nemen. Het is een uniek stuk vakwerk, als een soort stripverhaal of een film waarin het jaar 33 rond Golgotha tot leven komt.

Het werk van Van Dongen is geworteld in de Rooms-katholieke traditie en getuigt van een wetenschappelijke ambachtelijkheid. Een expositie van dat werk, en van twee andere bijzondere schilders, is tot en met 7 februari te bewonderen in Galerie Witteveen, Konijnenstraat 16A, Amsterdam.

de voorzitter